Spot aan, week 1
Twee weken lezen, kijken en doen rondom het theater. Elk kind maakt een eigen theater: een lapbook dat opengaat als een echt theaterdoek. Bij elke tekst hoort een nieuw stukje van het lapbook.
Wat heb je nodig om toneel te spelen?
Doelen
Ze weten dat de spot een lamp is die licht geeft op de spelers.
Ze weten dat een theater een podium heeft met een doek dat open en dicht kan.
Ze weten dat het publiek in de zaal zit en kijkt naar het spel.
Ze weten dat het decor laat zien waar het spel zich afspeelt, en dat het decor nep is.
Ze weten dat je bij toneel een rol speelt: je doet alsof je iemand anders bent.
Ze weten dat elke speler een eigen deel van de tekst heeft en dat je die tekst oefent.
Deze week
De spot gaat aan: De spot gaat aan, Handleiding: theater lapbook Spot aan, Materialen: theater lapbook Spot aan, Het minitheater, Pop het!
Het podium: Het podium, Materialen: theater lapbook Spot aan
Het decor: Het decor, Materialen: theater lapbook Spot aan
Een rol: Een rol, Materialen: theater lapbook Spot aan
De tekst: De tekst, Materialen: theater lapbook Spot aan, Een ei uit je oor, Een gat in de boot, De kok aan de deur, De kuil in het bos, Oehoe in het bos, De ring in de zee, Rook uit het huis, De boef in de boom